Het karakter van een land is misschien beter af te lezen aan hoe ze wettelijk omgaan met hun streekproducten dan aan de smaak van de producten zelf. In Nederland beschermen we onze streekproducten nauwelijks. De belangrijkste regels die we hier in Nederland kennen gaan over hygiëne en voedselveiligheid. De kwaliteit van onze Edammerkazen bijvoorbeeld is voor de wetgever volstrekt irrelevant.

In Frankrijk gaat het daarentegen om kwaliteit en traditie. De belangrijkste regels voor wijnbouw hebben meestal betrekking op de ligging van de wijngaarden, gebruikte druivensoorten, minimaal alcoholpercentage en maximale opbrengst per hectare. Dat laatste is belangrijk, want als je de wijnboer dwingt minder wijn te maken dan hij kan, zorg je ervoor dat hij beter gaat selecteren waardoor de kwaliteit hoger wordt.

In Italië is het –uiteraard- allemaal wat ondoorzichtiger. In grote lijnen heeft men het Franse systeem overgenomen, maar de Denominazione di Origine Controllata (DOC) voldeed niet overal meer. Het was blijkbaar niet voldoende om de wijnen wettelijk te controleren, ze moesten daarnaast ook nog gegarandeerd worden (DOCG). Wat daar de meerwaarde van is, is nogal vaag. Zeker als je bedenkt dat het in sommige gebieden lijkt of de regels ieder jaar veranderd worden. Het resultaat daarvan is dat veel van de beste Italiaanse wijnen onder de meest eenvoudige herkomstbenamingen zoals Vino Tavola of IGT (soort Vin de Pays) op de markt worden gebracht.

In Duitsland hebben ze natuurlijk meest grondige wijnwetgeving ter wereld. Daar is onder meer het gewicht van de most (het onvergiste druivensap) van groot belang. Hoe zwaarder de most is ten opzicht van water, hoe meer er aan potentiële smaak in is opgelost dus hoe beter de wijn. Aangezien de oplossing voornamelijk suikers bevat, is goede most, zoete most. Zoete Duitse wijnen werden vroeger hoogst gewaardeerd. Het leuke was dat je bij een wijnbouwer in de Moezel of Rheingau een heel scala van wijnen kon proeven van strakdroog tot mierzoet. Alcoholpercentages doen niet zoveel ter zake: hoe zoeter de wijn, hoe minder alcohol meestal. En dat vind ik prima, want van mij mag het allemaal wel een procentje minder.

Waar Frankrijk wijntechnisch de internationale referentie is geworden, leken ze in Duitsland de boot te hebben gemist. Maar langzaam maar zeker komen Duitse wijnen weer in de mode. Dat ligt niet zo zeer aan het feit dat de internationale wijnsmaak aan het veranderen is, maar meer omdat ze in Duitsland steeds minder zoete wijn zijn gaan maken. Er is namelijk een rare paradox: terwijl zoutjes, frisdranken, magnetronmaaltijden, ontbijtgranen etc. steeds meer suiker bevatten, word je als wijndrinker niet meer serieus genomen als je van halfzoete wijnen houdt. Zoete wijnen verkopen niet. Een voorbeeld is het feit dat Moët & Chandon hun Demi Sec Champagne heeft ingeruild voor de Dry Imperial. Volgens de marketeers van Moët klonk dat minder zoet en zij kunnen het weten. In geen zelf respecterend restaurant of café word je bij de bestelling van een glas witte wijn gevraagd of je de droge of de zoete wil. Zelf ben ik verzot op halfdroge Riesling Spätlesers met weinig alcohol. Onovertroffen als aperitief of als doordrinkwijn. Dit weekend bezocht ik de grote wijnbeurs, de ProWein, in Düsseldorf. Het was Tröcken wat de klok sloeg. Nee, werd me met weemoed duidelijk gemaakt, een traditionele Spätlese is onverkoopbaar. Zoet is uit in wijnland.

Be Sociable, Share!
Share