Het lijkt me niet makkelijk erfgenaam te zijn. Natuurlijk droom ik van de oudoom, die ik nooit gekend heb en die mij, geheel onverwacht, een prachtige wijnkelder nalaat Of anders mij een dusdanig legaat bezorgt, zodanig dat mijn inkomen weer in overeenstemming is met mijn drinkgedrag.

Ik bedoel de term erfgenaam hier echter niet in de materiële zin. –overigens in materiële zin erven is meestal ook niet zo prettig; over het algemeen moeten er eerst dierbaren dood alvorens er tot uitbetaling overgegaan kan worden.- Ik heb het over erfgenaam zijn in naam. Ik denk hierbij aan de zonen en dochters van succesvolle politici, schrijvers, wetenschappers, sporters etc. Het lijkt me een last ‘de zoon van te moeten zijn’. Van jongs af aan zal de vraag gesteld worden of je niet in de voetsporen van je vader zult treden. En alles wat je doet zal altijd vergeleken worden met je voorganger. Dat lijkt me meer een last dan een zegen.

Een paar weken geleden bezocht ik zo’n erfgenaam: Emmanuel Rouget. Hij is de neef van de befaamde wijnmaker Henri Jayer, de man die door velen wordt beschouwd als de beste wijnmaker ooit. Hoe goed de wijnen van deze Henri Jayer zijn, heb ik zelf nooit proefondervindelijk kunnen vaststellen: die suikeroom van me is een droom die nooit werkelijkheid is geworden. Maar zijn wijnen zijn letterlijk legendarisch. Tuurlijk Romanée-Conti is wereld-vermaard, net zoals Armand Rousseau of Petrus en Lafite-Rothschild in de Bordeaux, maar de naam Jayer heeft een mythologische klank. Zijn flessen kosten duizenden euro’s per stuk en degenen die er ooit één dronken, zullen de lege fles nooit wegdoen. Zo zag ik zelfs in de volstrekt, tot in de verste graad van perfectie, opgeruimde kelder van Didier Dagueneau een lege magnum Vosne-Romanée, 1er Cru Cros Parantoux 1978 van Jayer staan (zo’n fles kost momenteel tussen de €15.000 en €20.000).

Wat was het bijzondere aan de man? Hij was een van de eerste boeren die zelf onder zijn eigen naam ging bottelen en daarnaast was hij van mening, geheel tegen de tijdgeest in, dat wijnmaken in de wijngaard dient te beginnen en niet in de wijnkelder. Dat neemt niet weg dat hij donders goed moet hebben geweten wat hij met zijn druiven in de wijnkelder aan moest. En hij had ook oog voor een goede pers. Zie hieronder een aardig interview van Jancis Robinson met de charmante wijnmaker.

Henri Jayer heeft talloze wijnmakers geïnspireerd en tot voorbeeld gediend. En er zijn meerderen die kunnen claimen dat zij de erfgenaam van hem zijn; Jean-Nicolas Méo bijvoorbeeld. Maar Emmanuel Rouget is het echt. In 1996 kreeg hij het beheer over zijn wijngaarden, omdat de Franse overheid Jayer geen pensioen meer zou uitkeren wanneer hij zou blijven doorgaan met werken (en verdienen). Fantastisch voor Rouget zou je denken. Eerst een opleiding van de beste wijnmaker ter wereld en daarna de kans om zijn meest kostbare bezit in beheer te nemen.

Deze kans leidde tot veel jalousie onder collega-wijnboeren en buren: De voormalig tractor-monteur was natuurlijk helemaal niet zo’n getalenteerde wijnmaker. Zijn oom deed gewoon nog alles doen en Rouget maar met de eer strijken. Een beschuldiging waar je je maar moeilijk tegen kunt verzetten. De beschuldiging bleef klinken ook toen duidelijk was dat Jayer echt te oud was om zich nog met wijn (althans het maken ervan) bezig te houden. Na het overlijden van Jayer in 2006 bleven de wijnen van Rouget wijnen zeer gewaardeerd, maar zo goed als de wijn van zijn oom? Ook was oomlief niet altijd de schattige man zoals hij in interviews naar voren komt. Nooit complimenteus en altijd kritisch. Ik ken het verhaal van een Nederlandse wijnjournalist die onderweg in de in de auto van de oude Jayer te horen kreeg dat het de bedoeling was neef Emmanuel flink op de korrel te nemen: ‘Dat houdt hem scherp.’

De geruchten eind jaren negentig, dat Emmanuel Rouget depressief zou zijn en een drankprobleem zou hebben, zijn waarschijnlijk niet helemaal uit de lucht gegrepen. Tijdens ons bezoek in februari viel het me op dat hij zelf niet meeproefde. Dat is behoorlijk ongebruikelijk onder wijnmakers. Een teken aan de wand. Ook was hij in de omgang wat stil en teruggetrokken: Hij gaf het begrip ‘betekenisvol schoudersophalen’ een nieuwe dimensie. Maar toch, ondanks zijn gereserveerdheid vond ik het een vriendelijke man. We proefden zijn hele lijn 2009 van het fust. En weliswaar is 2009 een van de allergrootste jaren van de laatste vijftig jaar in de Bourgogne: ik kan mij niet voorstellen dat die Henri Jayer ooit mooiere wijnen maakte.

Be Sociable, Share!
Share