Een paar weken geleden was ik op bezoek bij twee verschillende Champagne-boeren. Of iets eerbiediger; Champagne-producenten. De eerste was Alexandre Chartogne van het huis Chartogne-Taillet. Deze wijnmaker heeft, nadat hij het domein van zijn familie overgenomen, het roer radicaal omgegooid. De productie is met zo’n 60% afgenomen, hij werkt volledig biologisch-dynamisch en met behulp van het familie-archief probeert hij de wijngaarden weer te herstellen zoals ze er een aan paar eeuwen geleden bijlagen. Ook het gebruik van landbouwmachines heeft hij afgezworen en hij ploegt nu met behulp van paarden.

Dat ploegen met paarden is een modetrend. Veel meer huizen waaronder Pontet-Canet zijn erop overgestapt. Het is goed voor het milieu en gunstig voor de geestesgesteldheid van de wijnboer; het is een stuk ontspannener achter een paard aan te lopen dan op een lawaaiige tractor te zitten. Een zwaarwegender argument is dat die zware landbouwmachines nogal impact hebben op de bodem en dat het kostelijke terroir mag niet verloren gaan.

Dat terroir lijkt in de Champagne steeds belangrijker te worden. Veel producenten werken nu parcellair. Dat betekent dat ze ieder perceel apart vinificeren en opvoeden. Dat lijkt paradoxaal. Het succes van de Champagne is namelijk –in ieder geval ten dele- te danken aan het feit dat men daar gewend is verschillende jaargangen, percelen en druivensoorten te mengen. Zo kunnen de producenten jaar in jaar uit dezelfde kwaliteit wijn op te markt brengen. Een stabiele Champagnesmaak is eenvoudiger te vermarkten dan een ieder jaar wisselende kwaliteit. Het is dramatisch je volledige promotiebudget te zien verwateren in een verregende oogst. Het succes van de wijnstreek Champagne is voor een belangrijk deel een marketingsucces. Verschillende wijngaardjes en jaargangen apart op de markt brengen is in die zin niet des Champagnes.

Alexandre Chartogne werkt bio-dynamisch en parcelair en maakt hoe dan ook prachtige wijnen. We proefden onder meer zijn Les Barres en Fiacré. Het zijn rijke, volle, zware en complexe Champagnes. Niet echte aperitiefwijnen, maar meer wijnen voor aan tafel. Qua smaak leken ze meer op grote Bourgognes dan op Champagne.

Wat ook opviel was hoe enorm innemend de wijnmaker was. Vriendelijk en zeldzaam bescheiden. Oprecht blij met de interesse in zijn wijnen, echt enthousiast met ons bezoek. En het is echt niet zo dat hij zijn Champagne niet kwijt kan. Hij liet ook nog een wijn van zijn grote voorbeeld Anselme Selosse proeven. Dat had ik nog nooit eerder meegemaakt bij een wijnboer. ‘Wat leuk dat jullie mijn wijn lekker vinden, maar ken je de wijn van mijn voorbeeld en concurrent? Dat is ook echt lekker.’ Hij liet een nieuwe Champagne van het domein Jacques Selosse proeven: La Côte Faron. Ook een parcellair gemaakte wijn. Inderdaad; echt lekker, een prachtige en indrukwekkende wijn.

Wat zuidelijker in de Champagne gingen we op bezoek bij Cedric Bouchard. Bescheiden en onderdanig zijn niet de eerste adjectieven die bij je opkomen als je deze wijnmaker ontmoet. Op de vraag of er wijnmakers waren die hij bewonderde keek hij alsof hij het in Keulen hoorde donderen: Het idee alleen al! In een stortvloed van rap Frans onderwees hij ons over zijn visie en wat zijn vader (ook een Champagne-producent) allemaal fout had gedaan. Het college duurde en duurde en na afloop mochten we eindelijk een viertal van zijn Champagnes proeven. Mijn reisgenoot dacht nog even roet in het eten te gooien door te vragen naar het type glas waar we uit gingen proeven. “Ja glaswerk dat is echt belangrijk voor mij.” En een heel exposé volgde over de bijna failliete glasfabriek waar hij speciaal in opdracht nog dit glas had laten maken. Maar zo gewichtig als zijn visies en filosofieën waren, zo lichtvoetig, fris, helder en strak waren zijn Champagnes. Ongelooflijk wat lekker en zeer geschikt om gewoon ‘los’ te drinken. We proefden Champagne Inflorescense (vaders wijngaarden die Cedric bewerkt) de Lieu-dit “Côte de Val Vilaine” en de Lieu dit “Côte de Béchalin”.Van de Champagnes Roses de Jeanne, afkomstig van eigen wijngaarden, proefden we de Lieu-dit “La Bolorée” (Pinot Blanc) en de Lieu-dit “Les Ursules. (Lieu-dit is een perceel/akker met eigen naam. Vergelijkbaar met de Bourgogne.)

Twee wijnmakers die in stijl en persoonlijkheid ze recht tegenover elkaar lijken te staan, maar beiden lieten zien wat een variatie er in die belletjeswijn te vinden is. Ik was onder de indruk.

De Champagne van Jacques Selosse die we proefden bij Alexandre Chartogne, was niet helemaal nieuw: eerder werd deze cuvée verkocht onder de naam Contraste. Een passende naam in de Champagne.

Be Sociable, Share!
Share